VPCO

Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs op Curacao

Wanneer wordt gesproken over de MAVO populatie en BVO populatie wordt een groep leerlingen bedoeld die na het examen zal c.q. moet doorstromen naar het vervolgberoeps-onderwijs, om daar een startkwalificatie te behalen waarmee men het arbeidsveld in kan. Het MAVO en BVO kunnen samen gerekend worden tot de hoofdstroom van ons voortgezet onderwijs. De grote meerderheid, bijna 70% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs, zit op één van deze twee onderwijstypen. De knelpunten in deze typen onderwijs noodzaken tot een vernieuwing ten behoeve van de leerlingen in het MAVO en BVO. Deze vernieuwing moet resulteren in een betere afstemming van het onderwijs op de leerlingkenmerken (de interne aansluiting) voor wat betreft capaciteiten, belangstelling, motivatie en leerstijlen. Tevens moet de vernieuwing resulteren in een betere aansluiting op het vervolgonderwijs (de externe aansluiting). Dit kan tevens een blijvende aansluiting op het Nederlandse onderwijssystem tot gevolg hebben.

In de basisvorming is een begin gemaakt met de ontwikkeling van de zogenaamde “sleutelvaardigheden”. Het betreffen hier vaardigheden die noodzakelijk zijn in het vervolgonderwijs en in de maatschappij, zoals plannen, leren studeren, zelfstandig werken, refelcteren, algemene taalvaardigheden en dergelijke. In het onderwijs na de basisvorming dienen deze vaardigheden verder uitgebouwd en verbreed te worden.

Vanwege het belangrijke gemeenschappelijke kenmerk (doorstroming naar vervolgberoepsonderwijs), zullen zowel MAVO als BVO ontwikkeld worden tot Voorbereidend Secundair Beroeps Onderwijs (VSBO). Het uitgangspunt is dat de functie van “doorstroomonderwijs” naar een vorm van secundair beroeps onderwijs (SBO) benadrukt zal worden. Het VSBO dient ook aantrekkelijk te zijn voor hen die zich wensen voor te bereiden op beroepsuitoefening voor diverse functies op (vooralsnog) elementair niveau. Dit impliceert dat het VSBO enige beroepskwalificerende elementen zal bevatten.

Bij de inrichting en inhoudelijke invulling van het VSBO dient uiteraard rekening gehouden te worden met verschillen tussen leerlingen.

Differentiatie naar niveau, belangstelling en aard van verwerken van de leerstof vindt plaats door het onderwijs te volgen in één van de drie “leerwegen”. De inrichting van het VSBO zal bestaan uit een gemeenschappelijk programma, dat aan alle leerlingen wordt aangeboden en een “sector-“gebonden programma, dat bepaald wordt door middel van de keuze van de leerling.

Er is sprake van drie leerwegen, gericht op doorstroming naar het secundair beroepsonderwijs:

De praktisch basisgerichte leerweg (PBL)
Deze leerweg in het VSBO bereidt voor op basisberoepsopleidingen. (niveau 2 en 3 – leerlingenwezen of het vroegere KMBO)

De praktisch kadergerichte leerweg (PKL)
Deze leerweg in het VSBO bereidt voor op opleidingen op het niveau van zelfstandig beroepsbeoefenaar (niveau 3 – het vroegere lang MBO)

De theoretisch kadergerichte leerweg (TKL)
Deze leerweg leidt op voor doorstroming naar opleidingen die kwalificeren op niveau 4 van de kwalificatiestructuur van het secundair beroepsonderwijs (het vroegere lang MBO). De leerweg bereidt voor op vakmiddenkader en specialistenopleiding. Indien met goed gevolg een 6e AVO-vak gevolgd wordt kan de leerling doorstromen naar het HAVO.

Als een leerling dorstroomt in één van de drie leerwegen dient hij/zij een keuze te maken uit een van de sectoren:

  • Techniek (w.o. land- en tuinbouw/landscaping: “ecotechniek”)
  • Zorg en Welzijn
  • Economie

De sectorprogramma’s zien er als volgt uit:

In de sector Techniek:

Intrasectoraal programma
Installektro (w.o. elektrotechniek, installatie- en koeltechniek)
Bouw (w.o. bouw/houtbewerking, metselen, afwerkingstechniek/schilderen)
Motorvoertuigen (w.o. metaalbewerken/carrosserie, voerrtuigentechniek en -systemen, afwerkingstechniek/schilderen)
Metaaltechniek
Ecotechniek

In de sector Economie:

Hospitality (w.o. koken, serveren/gastvrijheid, dienstverlening en toerisme)
Administratie en Commercie (w.o. winkelpraktijk, administratie)

In de sector Verzorging en Welzijn:

Intrasectoraal
Verzorging (w.o. algemene mensverzorging, uiterlijke verzorging)
Algemene mensverzorging
Uiterlijke verzorging

De omvang van de sectorprogramma’s beslaat in de bovenbouw van het VSBO 10 – 40% van de lesurentabel.

Naast de verplichte Algemene vakken (t.w. Nederlands, Engels, Papiamentu/Frans, Spaans (niet voor PBL), Mens en Maatschappij, Culturele en Artistieke Vorming, Lichamelijke Opvoeding) zijn er voor elke sector ook verplichte vakken gekoppeld aan die sector:

Techniek: Wiskunde en Natuur- en Scheikunde I

Zorg en Welzijn: Biologie en Wiskunde of Mens en Maatschappij

Economie: Economie en Wiskunde of derde Taal

Tevens zijn er nog keuzevakken afhankelijk van de gekozen leerweg.

Doorstroming naar HAVO
Leerlingen die tijdens de basisvorming opvallen door opmerkelijk goede leerresultaten en studie-attitude krijgen de gelegenheid na de basisvorming door te stromen naar het HAVO. Voor twijfelgevallen en “laatbloeiers” wordt de mogelijk open gehouden in het VSBO-examenpakket een zevende vak op te nemen, naast de vijf algemeen vormende vakken en het sectorprogramma. Dit zevende examenvak dient een algemeen vormend vak te zijn. Hierdoor is het mogelijk na het examen alsnog door te stromen naar het HAVO. Wiskunde is in dit geval een verplicht vak.