Dr. Albert Schweitzer

HAVO – VWO

 

Handelingsopdrachten

Sommige vakken kennen zogenaamde handelingsopdrachten. Dit zijn opdrachten die niet met een cijfer worden beoordeeld, maar die de leerling naar behoren moet hebben verricht om bepaalde vaardigheden te oefenen.

PTO’s en PTA’s

Iedere leerling uit de onderbouw (1e, 2e en 3e klas) krijgt zo vroeg mogelijk in het schooljaar een programma van toetsing in de onderbouw (PTO) uitgereikt. Alle bovenbouwleerlingen (4+5 havo, 4+5 vwo) krijgen een programma van toetsing en afsluiting (PTA) uitgereikt. In deze programma’s staan per vak vermeld: welke leerstof gedurende iedere periode en toetsweek zal worden getoetst; de soort toets; het gewicht van de toets en of die toets meetelt voor het bepalen van het rapportcijfer. Tot slot is er ook ruimte opgenomen waarin de leerling het behaalde cijfer voor iedere toets kan vermelden.

 

Er mag niet van de  PTO’s en PTA’s worden afgeweken zonder overleg met de directie.

Eventuele wijzigingen zullen tijdig en schriftelijk aan de leerlingen worden doorgegeven.

 

Studiewijzers

Om de leerlingen te helpen bij het plannen van het verwerken en leren van de leerstof, werken sommige docenten met studiewijzers. In een studiewijzer wordt vaak per les aangegeven welke leerstof wordt behandeld. Ook wordt aangegeven wat de docent gaat doen en wat er van de leerling wordt verwacht. Soms worden er tips opgenomen, zodat de leerling meer zelfstandig de leerstof kan verwerken.

Toetsweken

Het schooljaar is verdeeld in vier perioden. Iedere periode bestaat uit ongeveer acht weken les. Een toetsweek bestaat uit 5 à 6 schooldagen waarin de leerling maximaal twee toetsen per dag krijgt. Een toetsweek wordt voorafgegaan door een toetsloze periode van vijf schooldagen. De leerlingen ontvangen een schema met de Gecoördineerde Proefwerkleerstof en ook een Gecoördineerde Proefwerkrooster voor de toetsweek. Het proefwerkrooster per klas kan ook van de website van de school worden gedownload.

 

Regels voor leerlingen t.a.v toetsen

*  De leerling zorgt ervoor dat hij de toegestane hulpmiddelen voor het make

n van de toets bij zich heeft. Het lenen van spullen van andere leerlingen tijdens het maken van een toets is niet toegestaan.

*  Spullen die niet nodig zijn voor het maken van de toets, worden van tevoren in de tas gestopt. De tas wordt vooraan in het lokaal gezet.

*  Tijdens het maken van de toets mag de leerling gebruik maken van een Nederlandse woordenboek, tenzij de docent anders vermeldt.

*  Indien een leerling tijdens het maken van een toets betrapt wordt op fraude, wordt het cijfer 1 toegekend.

*  Een leerling die met een geldige reden afwezig is geweest bij een toets, heeft recht deze toets in te halen. De ouders dienen wel op de betreffende dag vóór acht uur de school telefonisch op de hoogte te stellen van zijn afwezigheid met vermelding van de reden. Tevens moet de leerling op de dag van terugkeer een brief van de ouders bij de administratie inleveren.

*  Indien de leerling zonder geldige reden afwezig is (geweest) bij een toets, wordt het cijfer 1 toegekend.

*  Een leerling die op die dag van een toets, maar nog voordat de toets gemaakt is, ziek wordt, meld zich met het ziektemeldingsbrief van de administratie bij de betreffende vakdocent en daarna bij de conrector. Is de vakdocent afwezig dan meldt de leerling direct bij de betreffende conrector. De docent of de conrector kan bepalen dat hij/zij eerst de toets moet maken alvorens naar huis gaan. Indien de leerling niet aan deze regel voldoet, kan het cijfer 1 worden toegekend.

*  Leerlingen die met een geldige reden toetsen hebben gemist, halen deze toetsen in onderling overleg met de docent in. Dit geldt ook voor de toetsen die worden gemist tijdens de aangegeven inhaaldag gemaakt. Bij Gecoördineerde toetsen kan het inhalen alleen op de officiële inhaaldag.

*  Wanneer de leerling commentaar heeft over het proefwerk, bijvoorbeeld onduidelijke kopieën, onduidelijke vraagstelling, vragen die niet betrekking hebben op de leerstof, te lang proefwerk, enz, kan hij na afloop van de toets in eerste instantie bij de docent terecht. Eventueel bespreekt hij het probleem met de mentor respectievelijk de betreffende conrector.

*  Binnen die werkweken na het maken van een toets krijgt de leerling resultaat van de toets te horen en bespreekt de docent de toets met de leerlingen.

*  Het bespreken van een overhoring en het doorgegeven van de resultaten ervan vinden plaats voordat een proefwerk over de betreffende leerstof wordt afgenomen.

  • RSS
  • Delicious
  • Digg
  • Facebook
  • Twitter
  • Linkedin
  • Youtube