De leeftijd is zes tot en met 13 jaar.
De kinderen beschikken over een normale
intelligentie; de verstandelijke intelligentie ligt weliswaar totaal
op ongeveer gemiddeld nivo, maar in de opbouw van de intelligentie(
het intelligentieprofiel) komen onderlinge verschillen voor. Sommige
funkties zijn op leeftijds- of boven leeftijdsniveau, andere vertonen
een grote achterstand. Veel voorkomend is de lage score bij de
informatieverwerking
( sequentieerfactor)
De kinderen hebben een grote achterstand t.a.v. een
of meer vormsystemen: rekenen, taal, lezen en schrijven. De
leerproblemen of leerstoornissen zijn zo diepgaand da specifieke hulp
nodig is. Bij de leerlingen die worden toegelaten, bestaat er een
discrepantie tussen hun verstandelijke mogelijkheden en hun aktuele
leerprestaties. Deze drie zijn de belangrijkste criteria, doch in de
afweging worden ook betrokken de volgende punten:
Naast leermoeilijkheden komen dikwijls
sociaal-emotionele problemen voor. Overbeweeglijke kinderen die hun
denken en handelen moeilijk kunnen struktureren lopen de kans om niet
alleen in de cognitieve maar ook in de sociaal-emotionele ontwikkeling
scheefgroei te vertonen. Andere kinderen reageren faalangstig en
geremd op leerproblemen of tonen vermijdingsgedrag.
De leer- en werkattitude is ook een criterium
waarop gelet wordt. Concentratie vermogen, geordendheid, taakbesef,
inzet, taakinspanning, motivatie, interesse, doorzettingsvermogen e.d.
zijn mede bepalend voor de toelating.
Functie-aspecten als zintuiglijke waarneming, de
motoriek, de temporale en ruimtelijke waarneming, de taalontwikkeling
kunnen mede ten grondslag liggen aan de problematiek. De achterstand
of stoornis moet beperkt zijn. Slectziende, slechthorende, licht
motorisch gehandicapte kinderen kunnen worden toegelaten.
Tenslotte is van belang de algehele persoonlijkheid:
relatie gevoeligheid, gewetensvorming, identiteitsontwikkeling,
zelfbeeld en gerichtheid op de omringende wereld.