|
Marnixschool F.O.cyclus 1
|
Informatie en tips van de lezing: Lezen. De ontwikkeling van het lezen. Lezen is: q Omzetten van lettersymbolen in klanken (decoderen, verklanken); q Kennis nemen van de inhoud van het geschreven of gedrukte woord.
Wat moet het kind kunnen voordat het leert lezen? De leesvoorwaarden. 1. Zingeving Wat geschreven staat bevat een boodschap, wil iets zeggen.
Voor, achter, naast, daarvoor, daarna, tussen, laatste, eerste, links, rechts, midden(in)
Het verschil zien tussen plaatjes, letters, woorden.
Het horen van verschil tussen letters en woorden.
Loskoppelen van de afzonderlijke klanken van elkaar (boom bestaat uit b-oo-m)
Losse letters samenvoegen tot een woord.
Verschil tussen het woord kabouter en het woord reus, een zin bestaat uit afzonderlijke woorden
De Elementaire Leeshandeling – Wat gebeurt er bij lezen?
AVI-niveausq Van AVI-1 tot en met AVI- 9 (Analyse Van Individualiseringsvormen) q Vorderingen in het leesonderwijs controleren. q Een leerling is uit Niveau als het niveau 9 beheerst. q AVI- aanduiding aan de binnenkant/ op de achterkant van het boekje, of op de rug van het boekje (bibliotheek). q Controleer het AVI-niveau van het kind alvorens een boek uit te zoeken. q Voor lezen voor het plezier: beheerste AVI-niveau q Lezen om te oefenen: één AVI-niveau hoger dan het beheerste AVI-niveau (instructieniveau) q Boekjes op het niveau beneden AVI-1: boekjes met hele korte zinnen of één woordzinnen (bijv. botjes-boekjes). Tenslotte: Leren lezen en beter lezen doe je door te lezen! Tips om de leesmotivatie te vergroten: q Een lezende ouder stimuleert het kind vaak tot lezen. Als het kind opgroeit in een omgeving waar er veel gelezen wordt, verhoogt dit de motivatie van het kind om zelf te gaan lezen. q Laat het kind al van kleins af in aanraking komen met boeken. q Gebruik voor de allerkleinsten vooral prentenboeken. Laat ze vertellen wat ze zien en lees daarna voor. q Lees veel voor. Dit verhoogt het leesplezier en de motivatie, het stimuleert de taalontwikkeling, verrijkt de woordenschat en prikkelt de fantasie van het kind. q Overleg met het kind wanneer je gaat voorlezen. q Spreek een tijd af waarop het kind gaat lezen. 10 minuten per dag is voldoende. Bij een kind dat niet graag uit zichzelf gaat lezen is het belangrijk dat u erbij betrokken bent. q Elke dag 10 minuten levert een beter resultaat dan af en toe een uur lezen! q Lees samen met het kind. Spreek af welk deel het kind leest en welk deel u leest. Laat het kind meekijken terwijl u leest. Laat het kind zelf de boekjes uitkiezen, die hem interesseren. q Vertel af en toe een verhaal. Dit stimuleert de leesmotivatie en de fantasie van het jonge kind. q Maak voldoende tijd vrij en heb geduld. Als een kind een woord fout leest, onderbreek het niet. Laat het de zin afmaken en laat het de zin daarna herhalen. De kans is groot dat het kind zelf de fout hoort en het spontaan verbetert. q Speel woordspelletjes, bijvoorbeeld ‘jongens meisjes’, kruiswoordpuzzels, woordzoekers, woordjes die beginnen met een .... etc. q Geef het kind een compliment voor zijn inzet. q Maak van het lezen iets leuks! Lezen is fijn! |
|